Tips voor tuinonderhoud
Over tuinonderhoud is veel te vertellen. Hierbij enkele basisregels in hoofdlijnen, waarbij ik onderscheid maak tussen vaste planten, bloembollen en houtachtige gewassen.
Winterklaar maken?
Winterklaar maken doe je pas na de winter. Ruim afgevallen blad niet op, maar laat het lekker liggen. Geweldige schuilplek voor dieren. Verdorde planten geven nog steeds een mooi wintersilhouet. In de lente (maart) maak je de tuin voorjaarsklaar.
Vaste planten
In de beplantingsplannen die ik maak, gebruik ik graag vaste planten. Vaste planten zijn vaak lage planten die veel bloemen geven, al zijn er ook hogere varianten.
Vaste planten deel ik grofweg in drie categorieën in:
- Wintergroene planten. In het voorjaar (maart) knip je het lelijke blad af. De rest laat je zitten. Hetzelfde doe je met halfwintergroene planten. Dat zijn planten die in principe groen blijven, tenzij we een strenge winter hebben.
- Planten die in de winter afsterven. In het voorjaar (maart) kun je deze planten afknippen. Bij twijfel kun je met je hand voelen. Vaak breken de stengels al zonder kracht te zetten.
- Siergrassen. Ook deze kun je in maart afknippen. Bij sommige soorten kun je beter kammen. Dan ga je met je handen door het gras alsof ze een kam zijn, waardoor dode stengels loslaten en alleen de nieuwe stengels achter blijven.
Bij wintergroene planten zoals deze inheemse eikvaren (Polypodium vulgare) knip je na de winter alleen lelijk blad af.
Siergrassen en vaste planten die in de winter afsterven kunnen een mooi wintersilhouet geven. Deze kun je in maart afknippen of kammen.
Gooi het groenafval niet weg. Bladeren vormen een mooie mulchlaag die vanzelf afbreekt tot voeding voor planten. Kleine takjes nemen vogels graag mee voor een nestje. Als je dat te rommelig vindt ogen, kun je het ‘afval’ het ergens verzamelen in een hoek van de tuin waar het minder in het zicht ligt, zoals onder wat hogere planten of een heg.
Onthoud: in de natuur wordt niet gesnoeid. Twijfel je of je iets kunt snoeien/knippen, dan kun je het ook nog een maandje aankijken. Meestal beginnen er dan alweer nieuwe scheuten te groeien en vallen de oude stengels en bladeren vanzelf op de grond.
Bij bloembollen in het gazon maai je liefst pas nadat het blad van de bloembollen is afgestorven.
Wieden
Vanaf half februari beginnen de eerste onkruiden weer voorzichtig te groeien. Houd het wieden regelmatig bij.
Vaak is er zo’n moment in de lente dat opééns alle planten uit de grond lijken te schieten. Dit moment verschilt per jaar. Dan komen de onkruiden ook massaal in actie. Perfect moment om te wieden, dan heb je over het gehele jaar minder werk, is mijn ervaring. In de nazomer is er weer zo’n zelfde piekmoment.
Bloembollen
Voor bloembollen geldt: na de bloei het blad niet verwijderen maar vanzelf laten afsterven. Dit is nodig om volgend jaar weer mooie bloemen te geven. Met kleine bloembollen in het gazon, zoals krokussen of sneeuwklokjes, raad ik aan om te wachten met maaien totdat het blad van de bollen is afgestorven.
Klimplanten
Wij geven al snel veel te veel voeding aan onze planten. Sommige soorten, zoals rozen, zijn hongerig. Veruit de meeste soorten hebben in de regio waar ik werk (voornamelijk kleigrond) geen extra voeding nodig.
In mijn beplantingsplannen gebruik ik graag soorten die minder voeding nodig hebben, zoals inheemse planten die van oorsprong uit Nederland komen.
In de eerste twee jaar nadat de tuin is aangelegd, kan het wel handig zijn om voeding te geven aan je klimplanten, zodat die sneller dichtgroeien. Zorg dat je organische mest geeft en geen kunstmest. Kunstmest doodt het bodemleven en dat hebben we juist nodig om die plant gezond te houden.
Snoeitips bomen, struiken en heggen
Bomen, heggen en struiken zijn houtachtige gewassen. Voor dit soort planten gelden soms speciale snoeiregels, die soortafhankelijk zijn. Het gaat te ver om alle regels uit te leggen in dit beknopte overzicht. Belangrijk is dat je geen vorstgevoelige soort in of kort voor de winter snoeit. Zo kun je een vlinderstruik (Buddleja) of trompetboom (Catalpa) beter pas in maart snoeien en niet in de herfst.
Een boom of struik heeft tijd nodig om te herstellen van een flinke snoeibeurt. Een snoeiwond groeit minder goed dicht als het vriest, met ziektes of een zwakke plant als gevolg. Zo is de trompetboom gevoelig voor meeldauw. Voor fruit gelden er speciale regels.
ABC-bomen
Dit type houtachtige gewassen kun je beter niet snoeien tussen Kerst en het moment dat ze weer in blad komen. Snoei vooral niet tijdens vorst. Onder de ABC-bomen vallen onder andere esdoorn (Acer), berk (Betula) en Carpinus (haagbeuk, hiervan wordt ook wel een haag gemaakt). Ook walnoot (Juglans) en druif (Vitis) vallen in deze categorie.
Deze soorten zijn gevoelig voor bloeden. Dat wil zeggen dat de sapstroom na de feestdagen alweer gestart is. Zou je ze flink snoeien, dan stroomt het sap zo uit de boom of plant en kunnen ze ziek worden of een groeiachterstand krijgen.
Er zijn manieren om als mens te profiteren van dit sap. Berkenwater kun je drinken en ahornsiroop (maple syrup) van de suikeresdoorn is heerlijk op pannenkoeken. Meestal zijn het gespecialiseerde bedrijven die dit soort producten maken op een manier die de boom niet schaadt.
Bij twijfel: snoei rond langste dag
Door op de plantnaam en ‘snoeien’ te googelen kom je vaak een heel eind met snoei-instructies.
Weet je niet welk houtachtig gewas (boom/struik/heg) er in je tuin staat, dan is dit een goede algemene vuistregel: snoei rond de langste dag. Dan zit je midden in het groeiseizoen en kun je het minst fout doen. De langste dag is 21 juni, dus als je ergens in juni of juli snoeit, zal de boom, struik of heg het snelst herstellen van de snoeiwond.
Je kunt deze truc ook toepassen als je minder onderhoud wilt hebben. Als je een haag bijvoorbeeld liefst één keer in het jaar snoeit, dan kun je beter rond de langste dag snoeien. Dit is minder werk dan in mei én september snoeien. Houd er rekening mee dat je tussen de snoeibeurten dan een wat minder nette heg hebt.
Voor de mens
De natuur snoeit niet. Hooguit eet er wel eens een dier een tak of twijg half af. Snoeien doe je dus altijd voor de mens. Bijvoorbeeld omdat je meer bloemen en/of vruchten wilt, of vanwege veiligheid (geen vallende takken).
Traag groeiende struiken en bomen, of andere soorten die absoluut niet in de weg staan hoef je zeker niet te snoeien, tenzij ze probleemtakken bevatten. Dit zijn takken die de struik of boom ongezond maken, zoals een zuiger, elleboogtak, dubbele top of plakoksel. Aan deze termen hoor je al dat het specialistenwerk is. Bij twijfel, zeker over de veiligheid rondom grote bomen, raad ik aan om een boomspecialist (European Tree Worker, ETW’er) in te schakelen.
Veel tuinier plezier!